Wat is coping?

Coping is een combinatie van de verstandelijke en emotionele reacties op stress of een probleem, en het gedrag dat daaruit voortvloeit. Er zijn verschillende strategieën en mechanismen van coping. Het woord coping is afgeleid van het Engelse to cope with (omgaan met of opgewassen zijn tegen iets).

Een belangrijke onderzoeker op het gebied van coping en stressreductie was de Amerikaan Lazarus, die coping definieerde als “cognitieve en gedragsmatige inspanningen om interne en/of externe eisen en de conflicten daartussen te overwinnen, te verminderen of te tolereren”. Het woord inspanningen” betekent dat de verschijningsvormen van coping verschillend kunnen zijn, maar daarom niet altijd tot de gewenste oplossing leiden.

Wanneer we geconfronteerd worden met een problematische situatie maken we twee soorten beoordelingen:

  • een inschatting van de situatie (de primaire beoordeling: “wat is er aan de hand?’)
  • een inschatting van de beste oplossing (de secundaire beoordeling: ‘wat ga ik ermee doen?’).
Copingstrategieën

We hebben, afhankelijk van de omstandigheden en onze copingstrategie (ook wel copingstijl genoemd), een aantal manieren om hier mee om te gaan. Deze copingstijl(en) hebben ook te maken met je persoonlijkheid.

Hoe iemand reageert op een stressvolle situatie wordt zeer weinig bepaald door de aard van het probleem, maar veel meer door iemands copingstijl. Afhankelijk van je copingstijl kan je kiezen uit verschillende manieren om een probleem aan te pakken. Dit noemen we een copingsmechanisme.

Copingstrategieën worden op verschillende manieren ingedeeld. 

Probleemgerichte coping zijn acties zijn acties erop gericht om problemen waarmee we geconfronteerd worden onder controle te brengen. Men tracht om de problemen te verminderen of op te lossen (Lazarus & Folkman, 1984).

Emotiegerichte coping zijn acties gericht op het verminderen of het beheren van emotionele stress die
geassocieerd is met of veroorzaakt wordt door de situatie (Lazarus & Folkman, 1984). In tegenstelling
tot de probleemgerichte coping, probeert men via emotiegerichte coping niet zozeer de problemen
onder controle te brengen, maar de emotionele reacties op de stressor naar je hand proberen te zetten. De focus ligt dus op gevoelens die uit problemen voortvloeien.

Het onderscheid tussen probleemgerichte en emotiegerichte coping is een belangrijk onderscheid, maar meerdere onderzoeken tonen aan dat coping gewoonlijk beide functies omvat (Kocijan-Hercigonja et al., 1998).

Folkman (2010) onderscheidt nog een derde vorm van coping, namelijk betekenisgerichte coping.
Deze vorm van coping reguleert positieve emoties die in stressvolle situaties bestaan naast negatieve
emoties. Deze positieve emoties dienen belangrijke functies in het stressproces doordat ze
hulpbronnen aanreiken voor coping, waardoor het gevoel van bedreiging omgezet wordt naar een
gevoel van uitdaging. We worden gemotiveerd om inspanningen tot coping te leveren, en dit op
lange termijn.

Dit proces van betekenisgerichte coping kan ertoe leiden dat iemand bij een stressvolle situatie ook positieve gevoelens ervaart en daardoor gemakkelijker met de emotioneel belastende situatie
om kan gaan (Folkman, 2010)

Copingmechanismen

In een bepaalde copingstrategie kan gebruikgemaakt worden van een veelheid aan mechanismen:

  • Actief aanpakken: je analyseert het probleem en lost het op.
  • Sociale steun zoeken: je zoekt troost en begrip bij anderen, je gaat samen met een ander het probleem oplossen.
  • Vermijden: je ontkent en vermijdt het probleem. Je wil er niet aan denken.
  • Palliatieve reactie: je richt je op andere dingen dan het probleem. Soms kan dit leiden tot verslavingen.
  • Depressief reactiepatroon: je piekert, je geeft jezelf de schuld, je twijfelt aan jezelf.
  • Expressie van emoties: het probleem leidt bij jou tot frustratie, spanning en agressie.
  • Geruststellende gedachten en wensdenken: je houdt je voor dat het probleem vanzelf wel goed komt, of je troost je met de gedachte dat anderen het nog veel zwaarder hebben.

Copingstrategieën veranderen doorheen de tijd en zijn afhankelijk van de situatie (Lazarus, 1993;
Folkman & Moskowitz, 2004). Of een coping proces goed of slecht is, hangt af van de persoon, de ervaring, of het om korte of lange termijn gaat, … Er zijn dus geen universele goede of slechte coping processen, maar bepaalde strategieën zijn wel vaak beter of slechter zijn dan andere (Lazarus, 1993). Een gegeven
copingstrategie kan effectief zijn in een bepaalde situatie, maar ineffectief in een andere (Folkman &
Moskowitz, 2004).

En hoe zit het met jouw copingsmechanismen en die van belangrijke anderen?

Bekijk voor jezelf welk copingsmechanisme je hebt, en of dit je helpt. Indien niet, probeer dan eens een ander mechanisme uit, één dat je op dit moment ziet zitten. En evalueer of dit je dan nu wel beter helpt.

Hoe meer mechanismen je al eens gebruikt hebt waarbij je het gevoel had dat dit je hielp, hoe flexibeler we hierin zijn. Een voorbeeld van aanpassing van het eigen copingmechanisme is dat van ouders die hun kinderen helpen om frustraties het hoofd te bieden.

Daarnaast helpt het ook om, in deze COVID-19 tijden om te bekijken welke copingsmechanismen je gezinsleden en collega’s gebruiken om hiermee om te gaan. Net het verschil in deze mechanismen kan immers tot spanningen leiden. Het bespreken van je eigen mechanismen en dat van de ander kan jullie helpen om je te realiseren dat dit anders, maar daarom niet beter of slechter is. Wanneer je het gevoel hebt dat je eigen mechanisme of dat van de ander de spanning of de afstand tussen jullie vergroot, probeer dit dan te bespreken. En dan samen te bekijken hoe jullie hier mee om zouden kunnen gaan.

Bronnen
  • Cohen, L., Fouladi, R.T. & Katz, J. (2005). Preoperative coping strategies and distress predict postoperative pain and morphine consumption in women undergoing abdominal gynecologic surgery. Journal of Psychomatic Research, 2005 Feb;58(2):201-9.
  • Folkman, S. & Moskowitz, J. (2004). Coping: pitfalls and promise. Annual Review of Psychology, 55,
    745-774.
    Folkman, S. (2010). Stress, coping, and hope. Psycho-Oncology, 19, 901-908
  • Kocijan-Hercigonja, D., Rijavec, M, Marusic, A. & Hercigonja, V. (1998). Coping strategies of refugee,
    displaced and non-displaced children in a war area. Nord J Psychiatry, 52, 45-50
  • Lazarus, R. S. & Folkman, S. (1984). Stress, Appraisal, and Coping. New York: Springer.
  • Molen, H. van der, Perreijn, S. & Hout, M. van den (1997). Klinische psychologie. Theorieën en psychopathologie. Groningen: Wolters-Noordhoff.
  • Sarafino, E.P. (1998). Health psychology: biopsychosocial interactions. New York: John Wiley & Sons.
  • Vries, K. de (2007). Het belang van cognitieve copingstijlen bij het ontwikkelen van posttraumatische stressreacties Universiteit Utrecht: onderzoeksverslag.

Je staat er niet alleen voor. Red je het moeilijk alleen? Laat je ondersteunen door de therapeuten van PTC Gent.

Kris De Groof, gestalttherapeute en relatietherapeute